Maandelijks archief: januari 2014

kon Hitler koken?

In ‘oude kookboeken uit de sloot halen’ vroeg ik het me af – kon Hitler koken? En die zoektocht was op z’n zachts gezegd interessant…
Om maar meteen met de deur in huis te vallen – ik heb geen idee of hij kon koken – ik blijf bij mijn eigen stelling dat mensen zonder fantasie niet lekker kunnen koken. en misschien had Herr H fantasie, dat was dan toch niet zeker niet de soort speelse fantasie waar ik het over heb. En dus kan ik me niet voorstellen dat Herr H met een bierpul in de hand, schortje voor in een pan met Bratwurst stond te roeren. Je moet Bratwurst ook niet roeren, dan wordt het gehakt, maar dat terzijde.

Maar nu we het toch over worst hebben, Herr H was blijkbaar wel vegetariër.
“Ja. Nogal logisch.” Dacht ik.
En toen dacht ik “waarom denk ik dat?”
Reden nummer 1: Veel van de vegetariers die ik ken zijn ervarings-vegetariërs, in tegenstelling tot de mensen die heel slecht tegen vlees kunnen – want die zijn er ook. Er is iets gebeurd, ze hebben iets gezien, en vanaf dat moment hebben ze besloten om geen vlees te eten.
En dus zag ik ineens Herr H voor me,  Bratwurstlein in de hand, met zijn officieren het plan van de Endlösung in detail doornemen, wat het effect van welke methode zou zijn, en dat in zijn onderbewuste (aangenomen dat die man een onderbewuste had) zijn maag omdraaide. Waar zijn geest van jubelde daar kon zijn lijf niet tegen. Al dat dode vlees… En toen werd hij vegetarier. Ja. Dat valt me dan nog alles van de man mee.

Maar waar de beslissing om vegetarier te worden de meeste vegetariers oplucht (in tegenstelling tot de carnivoren om  hen heen, die er meestal van in de stress of de aanval schieten) was Herr H een bange eter. Want zo blijkt hij had een poule van 15 jonge vrouwen in dienst die zijn eten voorproefden. En daar kom ik bij reden nummer 2; die vrouwen kregen het eten minstens een uur van te voren, en proefden dat dan, en als niemand het loodje legde dan kwam het eten op tafel.

“Elke dag tussen elf en twaalf uur ‘s middags moest Margot Woelk (95) – zo meldt ze aan The Times – het eten van de Führer proeven voordat zijn maaltijd naar zijn Wolvennest werd gebracht. Er moest telkens een uur zitten tussen het tijdstip waarop het voedsel was getest en het moment waarop Hitler begon te eten. Zo zouden de effecten van eventueel gif in zijn eten bij de voorproevers duidelijk worden.”

En je vlees even laten rusten, even de sappen zich laten nestelen en de spier zich weer laten ontspannen is een goed plan, maar na 60 minuten is je vlees of koud of uitgedroogd (als je het warmhoudt) en dus niet lekker. En de enige reden om vlees te eten is toch hoop ik wel omdat je het lekker vindt. Vies vlees eten is als samen gaan wonen met de eerste-de-beste-mens die je tegenkomt – je kan je verwachtingen naar beneden bijstellen, maar uiteindelijk zit je toch met een gezicht van ouwe lappen aan tafel omdat ieder mens verwachtingen heeft in de hoop dat ze òvertroffen worden.

” ‘Het eten was heerlijk. Asperges, paprika’s, alleen de beste groenten, alles wat je je maar kunt voorstellen. En altijd met rijst of pasta erbij.’ Margot Woelk, destijds een twintiger, had het op het oog goed getroffen, zeker als je bedenkt dat het volop oorlog was. Jammer alleen dat ze er nooit echt van kon genieten” schrijft Ben van Raaij.
De arme vrouw schaamde zich dat ze goed te eten kreeg – en 2,5 jaar was ze bang dat die maaltijd haar laatste kon zijn, ze heeft nog nachtmerries over eten. Die heb ik ook wel eens, maar dat is dan meer omdat ik een sappig biefstukje heb gegeten en dat boze dromen opwekt door de chemische stoffen die vrijkomen (zouden we dan allemaal in ons onderbewuste vegetarier willen zijn…)

Maar was er dan inderdaad een Plot to Poison Hitler? Blijkbaar wel. Blijkbaar hadden de Britten (en als dit een Monty Phyton sketch was geweest was ie vast hilarisch) het plan opgevat om Hitler een stelselmatige dosis oestrogeen te geven, zodat Hitler „vrouwelijker en minder aggresief zou worden”
‘Spionnen die werkten voor de Britse overheid hadden toegang tot het eten van Hitler’, beschrijft professor Brain Ford, die het plan ontdekte, in het boek Secret Weapons: Technology, Science And The Race To Win World War II. (vertelt hij aan The Telegraph) Er werd voor oestrogeen gekozen, omdat het geen smaak heeft en de veranderingen geleidelijk optreden. De voorproevers die Hitlers in dienst had, zouden zo niets merken. Het eten simpelweg vergiftigen zou door de aanwezigheid van voorproevers minder makkelijk zijn.
Moet je je voorstellen
Hitler
[huilend voor z’n klerenkast]
Eef, nee, ik ga niet…

Eva Braun
Wat? Hoezo niet?

Hitler
Ik heb niks om aan te trekken.

Eva Braun
Je hebt dat ene uniform toch?

Hitler
[terwijl hij een stuk bleekselderij in de yoghurt doopt]
Nee. Staat me niet. [huilt harder] Het past me niet. Ik ben te dik.

Eva Braun
Niet. Dat ben je niet – je bent….

Hitler
Wat? Gezellig?

Eva Braun
Euh… nee.

Hitler
Jij vindt me dik. Zie je wel. [zakt tussen alle kleren op de grond ineen] Ik ga niet. Laat ze allemaal maar opzouten met hun „oorlog”, ik kap ermee. Het wordt me allemaal teveel.

Kon Adolf Hitler koken? Ik weet een ding bij een bange, hormonale megalomane vegetariër aanschuiven – al kan ie nog zo lekker koken… Thank god we won the war…

P.S.
Jeroen Meus – van het heerlijke Vlaamse programma Dagelijkse kost zou in zijn programma een recept doen van Forel zoals Hitler hem lekker vond. Dat recept heeft de uitzending nooit gehaald, vanwege boze reacties, maar hier kan je het recept wel vinden. Dus zo’n strikte hield die Führer zich dan ook niet aan z’n eigen regels.
http://www.kirchenweb.at/kochrezepte/fisch/forelle/forelleinbuttersosse.htm

Ouwe kookboeken uit de sloot halen

Koken is traditie.  Sommige recepten gaan van generatie op generatie. Maar ook heb ik het idee dat met de overvloedigheid van recepten op internet dat steeds minder word. Vragen we nog wel aan onze oma hoe ze gehaktballen maakt? Zitten we nog wel mentale aantekening te maken als we meekijken terwijl onze moeders appeltaart bakken, of baklava of rendang?
Zo’n recept dat honderden jaren oud is moet wel goed zijn, omdat iemand een recept dat niemand lekker vindt niet zal blijven herhalen. Succes herhaalt zich graag. En als mensen iets niet lekker vinden laten ze dat bijna altijd verbaal of nonverbaal merken. Ja. Tenzij de kok Adolf H heet en je een zielloos gepureerd prutje voorschotelt… Dan piep je wel anders.  Of beter niet. Typisch toch, die vooringenomenheid dat ik me niet voor kan stellen dat Hitler een goede kok was… Maar daarover een andere blog meer.

Omdat ik geloof in het beheersen of tenminste begrijpen van de basis van een recept, en de basis vaak terug in de tijd ligt haal ik graag ouwe kookboeken uit de sloot. Soms waan ik me echt Indiana Jones die door de krochten van het kookverleden op zoek gaat naar de heilige graal. Het ultieme geheim, de handigste tip waarmee alles op z’n plek valt.
Zoals: “is de soep te zout?  Voeg dan nu een rauwe geschilde aardappel toe en kook die gaar, hij zal een deel van het zout absorberen. Maar het is raadzaam de volgende keer de soep eerst te proeven alvorens er zout in de doen.”

Of bij een recept van zandgebaktaartjes die je nog gaat vullen: Voor eiwitglazuur  gebruikt men gezeefde poedersuiker die met een heel klein beetje ongeklopt eiwit is geroerd tot een vrij dikke pap. Bestrijk hiermee de bodem van het zandtaartje en laat het glazuur drogen en hard worden. Het lost niet gemakkelijk op in sap van vruchten en voorkomt het slap worden van de taartjes.

En soms staan er ook vreselijke dingen in, die nu echt niet meer kunnen, zoals
“Plaats het pannetje op het asbest plaatje (….) en plaats het dan op een nieuwe asbestplaat…” Waarschijnlijk zeer effectieve voorloper van het ‚warmhoudplaatje’ en vooral het detail dat een huishouden in die tijd meerdere asbestplaatjes in de kast had staan, die zullen ook wel ‚huh?’ gedacht hebben toen het hele effect van asbest bekend werd.

En termen die nu in de reguliere kookboeken verdwenen zijn. Zaken waarvan elke huisvrouw werd geacht te weten wat dat is.
“Maak een zetsel”  Euh… Okee.. Goddank voor dan weer een ander oud kookboek „een zetsel is een papje van handwarm water of melk (dezelfde temperatuur als het flesje van de baby), gist, suiker en een beetje bloem. 20 min laten staan tot het bruist.” Alle huisvrouwen hebben een baby in de zeventiger jaren, logisch want anders was je wel aan het werk, waar hebben de feministen anders hun bh’s voor verbrand? En het gaat hier om verse gist. Instant gist is zoals de naam al zegt meteen klaar voor gebruik. Al moet ik zeggen dat het maken van een ‘zetsel’ met mijn oudste zoon hem instant tot een dokter Frankenstein maakte die wilde dat zijn papje ging leven – wat ook gebeurde. “It’s aliiive moehaha!”

De moderne kookboeken gaan steeds meer uit van de halffabrikaten die  ook volop aanwezig zijn. Dat is de evolutie. Iedereen kan nu alles maken. Uit welke windstreek dan ook. Ik weet nog dat toen in klein was het vinden van een verse rode peper (bij de toko 30 min fietsen verder) een hoogtepunt was. En wat een limoen was? ‘Vast een citroen die niet goed is….’ En toen ik laatst bij de slager om een ossenstaart vroeg (voor in de rundvleesdaube) stonden twee vrouwen achter mij te gruwelen…  Zo stel ik me m’n oma ook voor toen ze in de supermarkt vol wantrouwen die misvormde groenten en veel te kleurrijk fruit met frutsels zag. ‘Kan vast niet goed zijn…’ terwijl ze met aardappelen, peeën en appels naar buiten liep. Vooruitgang is niet altijd een verbetering, of een verbreding van wat was, soms is het de vooruitgang op dezelfde plaats een kwartslag draaien. En daarom koester in die oude kookboeken, met hun wij-huisvrouwen-toontje en hun gezondheidsgevaren. Maar die oude kookboeken heb ik dan wel weer ingescand zodat ik ze op m’n ipad paraat heb. Dat dan wel weer. Dat is mijn kwart-slaagse-draai.

Duveltje

Ik kom er steeds meer achter dat herinneringen en eten aan elkaar verbonden zijn
 Zo sta ik nu in een pan tomatensoep te roeren. En huisgemaakte tomatensoep, een poging tot zoals-mijn-mamma-gemaakte tomaten soep. En die neemt me mee naar huis, en naar de Efteling waar m’n moeder altijd een thermoskan tomatensoep met balletjes voor maakte die we dan opdronken in de Gondoletta’s of daar op het bankje bij de Fata Morgana.
En elke vrijdag sta ik aardappels te schillen en te snijden, voor te bakken op 150 graden en door te bakken op 180 graden om de vrijdagsfrietdag in stand te houden, die ooit bij mijn vader is begonnen toen hij nog een menneke was. En als híjzelf friet staat bakken wordt hij ook weer een menneke. Al denk ik dat het Duveltje dat hij zichzelf dan gunt daar ook aan bijdraagt. Maar zelfgebakken friet, het heeft een magische uitwerking…
Ik weet nog dat – voordat ik zelf leerling op het Newman College werd – de schoolkrantredactie bij elkaar kwam in mn ouderlijk huis om de verse schoolkrant in de drukkerij van mn moeder in elkaar te zetten (vergaren, nieten, inpakken) en als het dan klaar was dan had mn vader friet. Vers. Zelfgemaakt. Met een grap en een grol. En de gezichten van die leerlingen die het al heel bijzonder vonden om bij meneer Mathijssen – docent Levensbeschouwing in z’n natuurlijke habitat te zijn, die ontspanden en verwonderden zich aan tafel. Of misschien viel al de beste friet ever etend alles op zn plek. Die man die kan zo scherp en kritisch en bevlogen in zijn lessen zijn omdat hij vrijdags met een Duveltje in de hand weer menneke word.
En nu sta ik dus de vellen van de tomaten uit de soep te vissen voor ik hem ga pureren. De passevite is stuk. (Ideale voorwerp voor het maken van mooie gladde soep) en 14 minuten lang roer en vis ik opgekrulde tomatenvelletjes uit de soep. Want m’n oudste heeft verkondigd dat hij geen soep lust en m’n lief eet wel tomatensoep maar krijgt daarna het zuur, en dat zou door de velletjes komen. Het gaat mij niet gebeuren dat mijn gezin met een zure herinnering aan tomatensoep overblijft. Ik doe een dansje. Ik vis en zeef. En dan gaan we eten. Vers brood erbij. En m’n oudste proeft en blijft eten, en m’n lief heb ik alle uren daarna niks horen zeggen over zuur of oprispingen. En de jongste – okee, die weigert. Pertinent. Maar hij weigert op dit moment alles. Ja alles behalve de friet van zn opa. Maar de jongste is dan ook een duveltje naar z’n opa’s hand.