Want m’n armen
willen vast
houden
zodat jij los
kan
laten
gaan
door
alles
heen
ademen
Even
Niets
Even
Zomaar
Hier
En nu
Zodat jij
Alles
Daar
Even
Los

een mooi

Je hebt gelijk
Toch
Ben ik er nog niet
Daar
Waar ik je gewoon
laat vallen
Misschien
Omdat ik je een mooi
Mens,
ik weet helemaal niet of ik
Waarom eigenlijk?
Waarom zou ik omdat jij?
Misschien als ik er ben
Dat het gewoon
Op een dag
Maar
Daar ben ik nu niet.

niet hard genoeg

ik geef het op
ik dacht het
echt
vandaag
net
ik schrok
en toch
ineens wist ik weer
hoe Wiltschut
mijn lievelingsleraar Nederlands
me apart nam
nadat hij had gehoord dat ik op de toneelacademie in Maastricht was aangenomen
“maar meisje –
(ik was zeventien)
(ik was zeventien en had mezelf overwonnen)
“maar meisje –
jij bent toch helemaal niet hard genoeg voor dat vak…”
En nee ik ben niet hard
ik ben diep nieuwsgierig
en zacht te ontroeren
draag mijn hart in mijn hand
en weeg mijn woorden
en soms zeg ik niks
en denk ik vanalles
en vandaag
had Wiltschut zijn hand weer op mijn bovenarm
ergens in de B vleugel
waar niemand meer was
omdat het schooltoneelstuk net klaar
en er nog applaus en enthousiasme klonk
omdat de rector net de brief had voorgelezen
“Beste Eva, we zijn blij je mee te delen dat… ”
mijn vader – die er ook was,
omdat hij ook docent daar,
maar belangrijker goede foto’s van de voorstelling aan het nemen was –
die had me nog niet eens gefeliciteerd
die zocht ik eigenlijk
in dat moment
om dat dappere nieuws mee te delen
‘ik heb ook mijn hart gevolgd, pappa!’
maar het was niet mijn pa’s hand,
maar die van Wiltschut
die zich diep in mijn mollige bovenarm kneep
‘je bent niet hard genoeg, meisje’
nee
ik ben niet hard
nee,
ik ben
niet hard…

er naast zitten

ik zat tegenover een man
zo’n man
die echt een man
en ik zei
iets
en hij
zei
laat eens zien

ik zit naast een man
aan wie ik
iets
van het liefste
iets
waar ik
stil
iets
waar ik
en hij
zit naast me
die man
die echt zo
naast me

moederdag-ontbijt

Ik vind van die lijfjes zo lekker
met van die benen
waar de voeten aan hangen te flappen
en die schoudertjes waar van die kopjes op staan
waar mijn handen nog helemaal omheen kunnen als ze voor me staan
en dat ik zo’n lijfje nog zo whoep op kan tillen
en die bijt billetjes
en die knaag wangetjes
en die dunnige armpjes
met die handjes
die een soort van nu even te groot lijken
maar die gelukkig nog steeds
zo heerlijk om me heen
en dat dat nekje dan zo precies bij mijn mond
en dan kusjes
in dat warme halsje
oh op van dat soort lievige lijfjes
hoop ik morgen
bij het ontbijt.

kiertje

Soms is een deur gewoon een deur
Eigenlijk altijd
omdat het een anders geen deur zou zijn,
maar iets anders zoals een raam of een best wel brede plank.
En okee, soms heeft een deur iets weg van een heel groot raam
terwijl het dan toch een deur is
omdat je er door naar binnen of naar buiten kan
Eigenlijk is een deur dat
een mogelijkheid
Open
Dicht
En ook
Kiertje
Dat je een deur op een kiertje kan zetten
Oh man….
Want als je een raam op een kiertje
– of ik –
is dat gewoon omdat die kamers zo verdomde warm
Maar een deur
op een kiertje
is zoiets als, ja, als wat eigenlijk
Een knipoog?
Een toevallig iets te lang durend contact, tussen ogen, voeten, gedachten?
Een kus die gewoon ‘dag’ maar ook zomaar iets anders zou kunnen zijn?
Ja, eigenlijk is de combinatie van een deur en een kiertje dat;
iets dat zomaar zo zou kunnen
Nou niet zomaar
Want je moet een deur wel op een kiertje zetten. Laten. Doen. Durven.
Maar dat je denkt He? en Huh?
en dan Ow?
– of ik-
Dat ik daarom die nacht die deur op een kiertje liet
Zodat ik misschien niet alleen
en vooral niet zomaar naar bed zou gaan
En ja
Dat had ik je eigenlijk moeten zeggen.
Misschien wel
of
Want
O man
beter dan een kiertje dat ik zomaar openlaat
is een terrasdeur
waarvan alleen jij weet
dat hij op dat kiertje staat.

Gebruiksaanwijzing

Mijn zoontje kon niet slapen
kroop naast mij in het half beslapen tweepersoonsbed.
Het bekende onrustig genestel
Toch niet op zijn rug
Ook niet op zijn buik
Tot hij op zijn zij lag en zijn voetje mijn bovenbeen raakte
Een diepe zucht
Gevolgd door een oprechte scheet
En slaap
zachte slaap
Van ‘hee jou ken ik’
‘hee jij’
Van wij twee
Die ieder op een andere zij
Niet bij elkaar
Maar toch samen
Want zijn huid
tegen die van mij
En de rest doet er niet toe

Misschien moet ik een gebruiksaanwijzing
Dacht ik vandaag
Van dat als er een hand
Als een zoekend beestje
jouw kant op komt
Dat dat is omdat ik anders niet kan slapen
Niet echt
Dat ik anders de hele nacht naast je
in stille onrust
Af en aan in slaap sukkel
en net zo hard weer wakker schrik
En als je dan vraagt ‘heb je goed geslapen?’
Ik alleen maar knik

Misschien moet ik een gebruiksaanwijzing
Waarin staat dat je me niet zomaar van achter moet besluipen
Omdat ik anders in een reflex met mijn vuist tegen je neusbot stomp.
Maar dat er dan wel zo’n * bijstaat
*dat ik graag vastgehouden word,
met jou achter mij
jou om mij,
zodat ik een beetje tegen je aan kan leunen
Niet teveel, niet dat als je wegloopt ik dan val
Maar net genoeg
Dat we alle twee voelen
Dat we er zijn,
Terwijl we allebei hetzelfde kunnen bekijken,
bijvoorbeeld of de basis van de kalfsfond een beetje wil…

Misschien moet ik een gebruiksaanwijzing
Dacht ik vandaag
Van dat ik in woorden kan kruipen, wil kruipen
Als in armen
Dat ik soms dat warme
Van iets liefs
Iets zo specifieks
Dat het voelt als vasthouden
Of nee,
Als nog iets dichter tegen je aan getrokken worden
Waar ik van moet zuchten
Dat ik dat soms zo graag
Bij gebrek aan echte armen
Soms ineens
zo graag wil
Dat ik word bevangen door
een diep zacht verlangen
dat jij iets zegt
wat ik om me heen kan slaan,
waar ik tegen aan kan leunen.
En dat ik daar dan,
als ik het nodig heb
en me daar dan weer een beetje wiebelig over voel,
dat ik daar dan om poog te vragen
En dat er dan in hoofdletters bij staat
DAT IK DAAR NIET ZO GOED IN BEN.

de dingen die je niet zegt

de dingen die je niet zegt
als je pas
ja hoe moet je dat noemen
maar als je dus net
iets van een
ja jezus
hoe zeg ik dat nou
dat je dat wel weet
of dat er wel woorden voor zijn
of dat ik er zo een paar woorden aan zou kunnen geven
maar niet doe
omdat ik
niet dat het dan minder waar
integendeel
het lijkt me juist heel
nou ja hoe zeg ik dat…
Al die de dingen die je niet zegt als je pas – nou dat
omdat als je ze zegt
het zomaar kan zijn
dat iemand jou
en die woorden
naast zich neer legt.
Dat je even denkt dat hij je niet hoorde
maar als je dat vraagt
hij je glashard aankijkt en zegt ‘jawel.’
Verder niks.
Zo sta je daar
Dan sta je daar
met al die dingen die je net
zo ontzettend
hebt gezegd.